Criteria voedselhulp

Toetsingscriteria

De toetsingscriteria om in aanmerking te komen zijn landelijk vastgesteld:

  • netto te besteden budget per maand voor voedsel en kleding is bepalend.
  • berekening Federatie van Voedselbanken in Nederland wordt gevolgd;
  • gerelateerd aan gegevens Nederlands Instituut voor Budget voorlichting (NIBUD).

Toekenningscriteria

Bij het toekennen van een voedselpakket gaat de Voedselbank uit van het besteedbare inkomen dat een huishouden maandelijks over houdt voor voeding en kleding, dus nadat vaste lasten als huur, gas/water/licht en verzekeringen betaald zijn.

Door de aanvrager van voedselhulp moet, zowel bij de eerste screening als herscreening, een aantoonbaar overzicht van inkomsten (incl. toeslagen), uitgaven en schulden worden overgelegd.


Geldende normbedragen per 1 januari 2017:

  • Basisbedrag per huishouden: € 120,-
  • Per persoon: € 80,-


Bepalen hoogte bedrag aan leefgeld

Voorbeeldberekeningen:                                                         

  • voor een éénpersoons huishouden geldt: € 120,- + € 80,-.  Totaal € 200,- leefgeld.
  • voor bijvoorbeeld een huishouden van vier personen geldt: € 120,- + (4 x € 80,- = € 320,-) . Totaal € 440,- leefgeld.

Als er per maand, afhankelijk van de samenstelling van een huishouden, minder leefgeld overblijft dan de normbedragen zoals die hierboven zijn genoemd, dan komt u in aanmerking voor een voedselhulp.

Aangegeven moet worden hoe lang de hulp naar verwachting noodzakelijk is. Er moet immers naar gestreefd worden dat er binnen een bepaalde periode een oplossing voor de noodsituatie komt. Periodiek wordt getoetst of de hulp nog steeds noodzakelijk is.

Privacy

Er wordt met de grootst mogelijke zorg gewaakt voor de privacy van degenen die de pakketten ontvangen. Hun gegevens worden niet aan anderen ter beschikking gesteld of ter inzage gegeven.
De Voedselbank, en iedereen die bij de uitdeling of toekenning van de pakketten betrokken is, dient zich hieraan strikt te houden.
De gegevens dienen uitsluitend om de continuïteit te kunnen garanderen, om vast te kunnen leggen tot wanneer de hulp naar verwachting noodzakelijk is en als verantwoording ten opzichte van sponsors en andere belanghebbenden over de ingezamelde goederen.